De Amerikaanse overheid stelde voortaan zeer strenge eisen aan het vliegen met passagiersvliegtuigen met houten vleugels. Het eerste tweemotorige, geheel metalen vliegtuig was de Boeing 247, maar die werd alleen geleverd aan United Airlines, dat net als de vliegtuigbouwer deel uitmaakte van de United Aircraft and Transport Corporation.

Om ook over een concurrerend toestel te kunnen beschikken, nodigde TWA vijf fabrikanten om een voorstel te maken voor een driemotorig, volledig metalen 12-persoonsvliegtuig dat met een snelheid van 150 mijl/uur (242 km/u) 1080 mijl (1740 km) kon vliegen. Maar… het moest wel veilig en met één niet-functionerende motor kunnen opstijgen en landen op elke luchthaven op de belangrijkste routes van TWA  (waaronder Albuquerque dat op grote hoogte ligt en waar de temperatuur ’s zomers extreem hoog oploopt).

Donald Douglas aarzelde om mee te doen. Om uit de kosten te komen, moest hij minimaal honderd van zulke toestellen kunnen verkopen. Desondanks diende hij een ontwerp in voor een geheel metalen, tweemotorige laagdekker die plaats bood aan twaalf passagiers en een bemanning van twee vliegers en een steward(ess).

Met zijn twee motoren overtrof de Douglas Commercial 1 (DC-1) de specifaties van TWA, met name dankzij de toepassing van controllable pitch propellers. Bovendien had het geluidsisolatie en verwarming en kon het zowel vliegen als opstijgen en landen op één motor.

Op 15 september 1933 accepteerde TWA de DC-1 maar eiste enkele modificaties: veertien passagiers en sterkere motoren. Vervolgens bestelde de maatschappij twintig stuks van het hierna ontwikkelde productiemodel dat de naam Douglas DC-2 kreeg.

Bewonder een exemplaar van dit iconische vliegtuig in ons museum en ontdek meer over de geschiedenis van deze ene DC-2, een broertje van het toestel dat geschiedenis schreef als de Uiver.

KNILM: geen KNIL, geen KLM

 

Douglas DC-2, aluminium vervangt hout