Helaas gingen de 16-211 en 16-213 al in 1952 door vliegongevallen verloren. In Nieuw-Guinea werden de toestellen ingezet voor patrouillevluchten en voor het vervoer van personen en vracht.

Ten behoeve van de opsporings- en reddingsdienst, een taak van het op het Marinevliegkamp Valkenburg gestationeerde vliegtuigsquadron 8, werden de 16-212 en de 16-216 in 1954 naar Nederland teruggevlogen, waar zij de inmiddels buiten dienst gestelde Sea Otters moesten vervangen.  De eerste reddingsoperatie van de 16-212 vond plaats op 8 november 1954.  Naast de OSRD-taak vervulde vliegtuigsquadron 8 ook de opleiding van vliegers, die in Nieuw-Guinea werden ingedeeld bij vliegtuigsquadron 321.

Volgens de logboeken heeft de 16-212 na het verlaten van de fabriek, in 1944 in dienst van VPB73, deelgenomen aan bombardements- en patrouillevluchten boven de Atlantische Oceaan en is, waarbij het toestel ongeveer 1600 uren in de lucht is geweest. Bij de Marineluchtvaartdienst kwamen daar nog eens 1340 uren bij, zodat het totaal op 2940 uren komt.
Op 4 februari 1957 werd het vliegtuig, na een respectabele staat van dienst uit de sterkte genomen om aan een volgend leven te beginnen: als speeltoestel bij Bosbad Hoeven in Brabant. Hier heeft de Catalina jaren gestaan, totdat de staat van toestel dermate slecht was, en de kosten voor onderhoud dermate hoog, dat het toestel zelf gered moest worden. Dit gebeurde door personeel van de Marineluchtvaartdienst. Het nieuwe tehuis werd het Militaire Luchtvaart Museum op Kamp van Zeist, vanuit luchtvaart-historisch oogpunt een iets logischer bestemming dan een speeltuin. Maar ook hier ging het toch gestaag bergafwaarts met de Catalina. Geen vliegtuig is bestand tegen vele jaren buiten staan, ook de Catalina niet.

In de jaren negentig werd opnieuw tot een opknapbeurt besloten, wederom op het oude honk, Marinevliegkamp Valkenburg. In deze periode is er helaas grote schade ontstaan aan de vleugels door een ongelukkig toeval; de vleugels lagen buiten tijdens een storm, en de volgende dag lagen ze aan de andere kant van het hek. Daarna zijn de romp, vleugels en motoren in opslag gegaan bij het MLM, en meeverhuisd naar het NMM.

Inmiddels, we spreken 2019, was de enige nog vliegende Catalina in Nederland verkocht aan een Amerikaanse particulier, tot verdriet van velen. De Stichting Neptune Association, die het onderhoud van de vliegende Cat op vliegveld Lelystad verzorgde, wendde zich prompt tot het NMM met het aanbod onze, de nu enige overgebleven, Catalina te mogen opknappen, tot exposabele staat. Vliegen zal nooit meer kunnen, en dat is ook zeker niet de ambitie, maar tentoonstellen wel. Het Nationaal Militair Museum, de stichting Neptune Association, en het Nationaal Transport Museum te Nieuw-Vennep (waar de restauratie plaatsvindt) hebben voor het project Red de Catalina de handen ineengeslagen.

16Feb44 VP-73 73-P-6 Ferry, Norfolk - NAS New York (Floyd Bennet Field)[i]
21Apr44-03May44 VP-73 73-P-6 New York to Beaufort on detachment; returned to New York 03May44 [R.J. Beaudine LBk]

Zie hieronder een YouTube film van 42 minuten over de aankomst de Catalina in het Nederlands Transport Museum.